Psychologen

Het belang van psychische ondersteuning aan patiënt en omgeving

Personen met hartfalen staan voor verschillende uitdagingen: ze kunnen moeilijkheden ervaren met de gedragsverandering en de medische handelingen die zij moeten uitvoeren. Bovendien heeft de ziekte een impact op het dagelijks leven. Ze kan een invloed hebben op de doelen die deze persoon kan verwezenlijken en de rollen die deze persoon opneemt. Deze moeilijkheden kunnen samen met de negatieve prognose een enorme impact hebben op het psychisch welbevinden van de persoon met hartfalen en zijn omgeving. Het is belangrijk om deze problemen in kaart te brengen: psychosociaal functioneren, informatiebehoefte, draagkracht, cognitief functioneren, coping- en zelfmanagementvaardigheden van de patiënt en zijn omgeving. Van daaruit kan een gericht behandelplan worden opgesteld, afgestemd op de noden van de patiënt en zijn omgeving. Om op die manier de psychosociale weerslag van de cardiale aandoening op zowel patiënt als zijn naaste omgeving te beperken of onder controle te houden.

Angst en depressie zijn veel voorkomende psychische problemen bij mensen met hartfalen. Ze komen voor bij 20-50% van de personen met hartfalen, maar worden maar weinig opgemerkt door hulpverleners, waardoor personen met hartfalen weinig kans hebben op adequate zorg. Bovendien zorgt stigma en negatieve attitudes ten opzichte van psychische klachten en geestelijke gezondheidszorg ook voor een verminderde instroom in de hulpverlening.

Het bevorderen van zelfmanagementvaardigheden is het doel van verschillende groeps- en individuele interventies die in de ziekenhuiscontext of in ambulante context worden aangeboden.

Voor angst en depressie bij personen met hartfalen zijn bijkomend verschillende kortdurende ondersteuningsprogramma’s ontwikkeld. Een positief geëvalueerd programma is kortdurende psychologische behandeling voor personen met COPD en hartfalen (Cully et al., 2009; 2017). Dit modulaire programma (2-6 sessies met cognitieve gedragstherapeutische interventies + 2 korte boostersessie) is aangepast aan de specifieke noden van personen met hartfalen, en slaagt er in om depressieve klachten en angstklachten blijvend (gemeten 1 jaar na interventie) te verminderen in vergelijking met een controlegroep met usual care. Het implementatieluik van dezelfde studie laat bovendien zien dat dit soort interventies inpasbaar zijn in de eerste lijn. Toeleiding van personen met hartfalen en matig-ernstige angst of depressie zien we dan ook als prioriteit.

Daarnaast moet een aanbod op maat mogelijk zijn voor personen met complexe psychologische zorgvragen.

Vroegtijdige zorgplanning ter sprake brengen

Personen die getroffen worden door ernstig hartfalen kunnen vroeg of laat in een situatie terechtkomen waarbij hun levenseinde nadert. Hierover praten is vaak moeilijk. Toch is het zinvol om al vroegtijdig hierover in gesprek te gaan, zowel in gezonde toestand als bij ernstige ziekte. Steeds meer mensen staan open hun wens te uiten om hun levenseinde op een menswaardige manier te laten verlopen. Het kan rust brengen bij de persoon met hartfalen en zijn omgeving. Voor de zorgverleners kan het houvast bieden om de zorg zo goed mogelijk af te stemmen op de wensen van de patiënt.

‘Mijn wensen voor mijn gezondheidszorg’ is een leidraad bij vroegtijdige zorgplanning in het spreken over de gezondheidszorg van de zorgvrager. Deze leidraad helpt de zorgvrager om zijn wensen rond de huidige en toekomstige zorg bespreekbaar te maken met zijn naasten, zijn huisarts en andere zorgverleners.

Ondersteunen van andere zorgverleners en netwerking

• Ondersteuning bieden aan zorgverleners in de eerste lijn, wanneer personen met hartfalen het psychisch moeilijk hebben.

• Het opbouwen en onderhouden van een netwerk van psychologen en psychiaters, die al dan niet ervaring hebben met de hartfalenpopulatie. Op die manier kan expertise uitgewisseld worden en eventueel gezorgd worden voor vlotte en gepaste doorverwijzing.


Doelgroep

• Patiënten met hartfalen en hun omgeving.

• Zorgverleners vanuit diverse disciplines die met vragen zitten rond de impact van hartfalen op psychisch functioneren van patiënten.

Contactgegevens

• Erlinde Lambrechts, psychologe cardiale revalidatie UZ Leuven

• Psychologenkring Leuven


Referenties

Bodenheimer, T., Lorig, K., Holman, H., & Grumbach, K. (2002). Patient Self-management of Chronic Disease in Primary Care. JAMA, 288(19), 2469–2475. https://doi.org/10.1001/jama.288.19.2469

Cully, J. A., Paukert, A., Falco, J., & Stanley, M. (2009). Cognitive-Behavioral Therapy: Innovations for Cardiopulmonary Patients With Depression and Anxiety. Cognitive and Behavioral Practice, 16(4), 394–407. https://doi.org/10.1016/j.cbpra.2009.04.004

Cully, J. A., Stanley, M. A., Petersen, N. J., Hundt, N. E., Kauth, M. R., Naik, A. D., … Kunik, M. E. (2017). Delivery of Brief Cognitive Behavioral Therapy for Medically Ill Patients in Primary Care: A Pragmatic Randomized Clinical Trial. Journal of General Internal Medicine, 32(9), 1014–1024. https://doi.org/10.1007/s11606-017-4101-3

Tekst geschreven door Erlinde Lambrechts